humansofnewyork:

“I want to play in the NFL.”
“What’s your second choice?”
“Archaeologist.”

humansofnewyork:

“I want to play in the NFL.”

“What’s your second choice?”

“Archaeologist.”

Sharing Food with The Waiter.

Years had past before “The Waiter” spoke. The tradition of sharing all the food available has forever been an important part of food rituals in his place of origin. Therefore we would share the bowl of spongy and sour tasting flatbread topped with spinach, chickpeas and fish. He adjusted his six-feet-two posture to sit at the wobbly blue table. Smelling like herbs and perfume, The Waiter finally spoke:

“When I eat, everybody eats”.

And so we ate.

"“Detachment is not that you should own nothing, but that nothing should own you.”
— Ali ibn abi Talib"

(Source: staysuckafree, via staysuckafree)

An Etnographer’s Phone Call.

It is 10pm when Steve calls and we start talking about his friend from Philly, “D”. D started a grassroots organization that focuses on endorsing farmers around Philly. “As the matter affects, I’m gonna call him up right now! Hold on babe, hold on.” – “Okay”, I say and I wait, without understanding exactly how he will do that. Silent as I am on hold, after a minute or so, Steve comes back on. While he starts talking, his words lead me to understand that his friend is on a third line in the same phone call. He asks me to introduce myself and I start talking to D. He immediately responds with saying: “well I consider myself to be a food activist, not in the anarchist sense but…” and he starts explaining his occupations on farming and food coops. As he talks I want to take notes, but decide to grab my IPhone and memo-record the phone call as I talk to the men on my American phone. I feel like I am getting lots of useful insights, D sketches a connection between production-distribution of farming, the history of land-loss for black farmers due to institutionalized racist policies since segregation. The importance of self-suffiency for black farmers in America becomes even more obvious to me than it was before. Everything he says, reminds me of D-Town in Detroit. But it also complies with what I have read from Safran Foer in relation to the hypocrisy of FDA regulations. In addition I can even see a relevant connection to the story behind the name of Spike Lee’s filmpersonage Mars Blackmon, which goes back to one of his early family member who was land-robbed after abolition. D’s organization is having an Open House next month and we plan to go. I finish my call with Steve, who tells me D has as much as seven brothers, and we talk some more about Philly. My conversation with these two men makes me wonder about the depth and length of their political struggles in this day and age. At this moment, anti-capitalism seems to be everywhere in big American cities. But I just wonder if some political struggles will be overshadowed by political trends that sadly reflect the blurriness and vagueness of postmodernist notions on what capitalism is.

An Etnographer’s Phone Call.

It is 10pm when Steve calls and we start talking about his friend from Philly, “D”. D started a grassroots organization that focuses on endorsing farmers around Philly. “As the matter affects, I’m gonna call him up right now! Hold on babe, hold on.” – “Okay”, I say and I wait, without understanding exactly how he will do that. Silent as I am on hold, after a minute or so, Steve comes back on. While he starts talking, his words lead me to understand that his friend is on a third line in the same phone call. He asks me to introduce myself and I start talking to D. He immediately responds with saying: “well I consider myself to be a food activist, not in the anarchist sense but…” and he starts explaining his occupations on farming and food coops. As he talks I want to take notes, but decide to grab my IPhone and memo-record the phone call as I talk to the men on my American phone. I feel like I am getting lots of useful insights, D sketches a connection between production-distribution of farming, the history of land-loss for black farmers due to institutionalized racist policies since segregation. The importance of self-suffiency for black farmers in America becomes even more obvious to me than it was before. Everything he says, reminds me of D-Town in Detroit. But it also complies with what I have read from Safran Foer in relation to the hypocrisy of FDA regulations. In addition I can even see a relevant connection to the story behind the name of Spike Lee’s filmpersonage Mars Blackmon, which goes back to one of his early family member who was land-robbed after abolition. D’s organization is having an Open House next month and we plan to go. I finish my call with Steve, who tells me D has as much as seven brothers, and we talk some more about Philly. My conversation with these two men makes me wonder about the depth and length of their political struggles in this day and age. At this moment, anti-capitalism seems to be everywhere in big American cities. But I just wonder if some political struggles will be overshadowed by political trends that sadly reflect the blurriness and vagueness of postmodernist notions on what capitalism is.

An Ethnographer’s day in the Field

Morning-shopping with A: From Veganism to Vegetarianism and leaving the Soybean behind
Ik vroeg A. eerder of ik mee mocht als ze naar de Food Coop ging. Ze vertelde mij de eerste avond over de organisatie die biologisch voedsel verkoopt voor lage prijzen. Om er te kunnen winkelen, moet je vrijwillig elke maand een dag in de winkel werken. Ze sms’te me gisteravond dat ik vanochtend mee mocht, ze bracht haar dochters naar school en haalde me op 8.45am voor de deur op. Ze zegt dat ze nog moet ontbijten en zin heeft in Bread & Saltfish. Het is een soort broodje bakkeljauw en na wat rondrijden vinden we een eettentje waar ik twee broodjes koop voor zes dollar. We komen aan bij de Food coop, 9.30am. Park Slope. Union st/ 6t st. Met de lift nr boven, A. meldt mij aan als gast, dat betekent dat ik er officieel niet mag winkelen. Ze heeft haar kaartje niet. Ik heb geen legitimatie bij me, krijg een sticker na het opgeven van mijn naam. Vier winkelpaden, alle groente ligt open in bakken opgesteld. Het meeste is biologisch, dat noemen zij hier organic.  Het is ook niet duur, een bosje verse salie kost een dollar. Groentes zijn indrukwekkend: groot, grondvers, nat. Ik wil lid worden, zelfs de biologische mango’s uit Ecuador zijn diep rood-roze. Mensen met uiteenlopende achtergronden zijn hier lid: typische foodies, chassidische joden, black americans werken en winkelen hier. Het is druk op de smalle paden. 1e gangpad groente. Rechts kaas en melk. 2e pad sappen, noten, kruiden in bulk. Alcohol in tussenpad. Ik loop verder, zie broden, niet vers verpakt. 3e pad, vers brood. A. zegt dat ze t niet-verse brood koopt voor haar dochters. Zoveel indrukken, ik voel me nog moe en wazig. A. zegt dat veel drukker is dan normaal. Langs verse koffiebonen, sterke geur. Gesprek over kazen, rauw zou beter dan gepasteuriseerd zijn. De Gouda kaas komt niet uit Holland. Ze vraagt medewerker om ruport cheese. A. pakt amandelmelk, het is sojavrij. We hebben een gesprek over de gevaren van soja, een bijstaande vrouw mengt zich erin: “soy is terrible”. A. is tien jaar veganist geweest. Ik wil meer weten, maar niet nu. Ik koop mandarijnen, thee en koekjes. Lange rijen. Omdat de rij zo lang is, wacht ik in de auto en doen we niet nog meer geld in de parkeermeter. Na ongeveer 20 minuten komt A. met een kar vol tassen. Een medewerker helpt haar. Het systeem lag plat, en ze konden niet meer pinnen legt ze uit. Spullen in de auto en terug naar huis. Druk op de weg, mensen in verkeer zijn snel geïrriteerd. Ik vraag A. naar haar veganisme. Ze zegt dat ze niet politiek actief was, maar het systeem achter vleesindustrie niet vertrouwde. Het begon tijdens highschool met gekke koeienziekte, toen ze stopte met vlees. Ze vertelt dat ze vroeger voor een biologische supermarkt werkte, WholeFoods. Begonnen als communitystore in de jaren zestig. Inmiddels is het eigendom van grote bedrijven en hoge prijzen. Ze zijn concurrent van Traders Joe’s, een andere franchise ook in NYC. Daar gaat ze morgen heen. Inmiddels zijn we bij haar thuis, ik help haar boodschappen uitpakken. Toen ze studeerde op de universiteit leerde ze over de kippen van KFC, gekweekt zo extreem dat ze geen pootjes en kop hadden, alleen een te groot middenlijf. Ze at veel soja als vervanging, daar kreeg ze op haar vlak voor haar dertigste eczeem van. Toen stopte ze met soja, maar had ze nog wel de proteïne nodig omdat ze een alleenstaande moeder was van twee dochters en had het erg druk. Om die reden besloot ze weer vis, kip en kalkoen te eten. Wit vlees is anders dan rood vlees. A. is niet de eerste die me duidelijk maakt dat je dan nog steeds vegetariër bent. Haar moeder heeft haar altijd gewaarschuwd voor soja, zij is ook veganist geweest. A. is ook veganistisch opgevoed, ze woonde met haar moeder en oom in Philadelphia. Oom was Civil Rights activist en veel bezig met voedsel. Haar moeder kocht altijd op de Pennsylvania Farmers Market bij de Amish. A. warmt een instant lasagne op die ze net bij de Food Coop heeft gekocht voordat ze gaat werken. Ik eet de rest van mijn saltfish broodje en krijg een glas citroenwater. Ze laat nog wat instant maaltijden in verpakking zien. Handig voor werk, zegt ze, en allemaal biologisch. Geen rare toegevoegde stoffen, ze leest de ingrediënten op: zout, water, knoflook, bonen, rijst en nog wat dingen. Ze gaat douchen terwijl de lasagna in de oven zit. Daarna praten we nog wat over schoolsystemen en lopen we naar beneden. Ik vraag of ik mee mag naar Trader Joe’s, ze zegt toe, waarschijnlijk morgen gaan we.
Meeting the neighbour E: raw foods and ducktaped philosophies
Ik ga naar boven om mijn mandarijnen uit te pakken voordat ik naar de bibliotheek vertrek. E. , mijn nieuwe huisgenoot is aan het klussen. Hij vraagt wat ik doe. Ik antwoord dat ik voedselactivisme bestudeer als antropoloog. Hij vindt het interessant en we praten verder. Ik blijf wat gereserveerd in de hal staan, de sleutel van mijn kamer nog in het slot en ik wilde eigenlijk snel weg. Het gesprek gaat verder en na een paar minuten zet hij een stoel neer voor me. “ga zitten. Ik wil dat je je op je gemak voelt en soms is dat moeilijk in steden als New York”. Terwijl hij over zichzelf begint te vertellen vraag ik me af hoe ik hierin terecht ben gekomen. Waarom wil hij dit allemaal met me delen, wil ik het wel weten? “ik heb wat boeken”, en hij pakt twee boeken uit zijn tas. “Ik heb ze getaped omdat mensen me raar aankijken wanneer ik het lees.” Het zijn boeken over Chinese filosofie. Ik kijk naar titel en inhoudsopgave, lijkt vrij algemeen. Van anatomie tot eten en meditatie. Ik snap niet waarom mensen dat raar zouden vinden maar vraag niet verder. Hij vertelt dat hij Martial Arts bestudeert en alleen rauwe producten eet. Wilskracht, discipline, onafhankelijkheid zijn belangrijk. In McDonalds staan en niets kopen was voor hem een emotionele fase. Hij woog vroeger veel meer. Ik kan het me niet voorstellen, hij lijkt erg fit. We hebben het over eten en de politiek erachter, Ik gebruik wat citaten uit zijn boeken om te laten zien dat ik aandacht schenk aan zijn gebaar. Hij vindt Europa interessant en wil meer weten. Hij geeft mij ook wat tips over lokaties waar ik mogelijk wat aan heb voor mijn onderzoek. Hij studeerde Kunst aan de universiteit in NYC maar stopte vanwege gebrek aan praktijk in de studie. Hij ging toen werken met film en fotografie, met name in de muziek- en filmwereld. Door zijn gezinssituatie, (hij kreeg een vrouw en een dochter,) is hij uiteindelijk paramedicus bij de brandweer geworden. Datzelfde werk doet hij nu ook op filmsets. Het gesprek is vrij lang en ik moet gaan. Hij biedt een lift aan, ik bedank en neem de metro naar Brooklyn Public Library. Onderweg bedenk ik me dat ik onbedoeld in een omgeving terecht ben gekomen waarin vrijwel iedereen erg bewust bezig is met voedsel. Daarnaast speelt het etnische aspect voor al deze mensen een sterke rol in hun keuzes, ook rondom voedsel. Activisme neemt in deze context niet echt de vorm aan van publiek protest en demonstraties, maar lijkt vooral over individuele keuzes te gaan. De autonomie om te beslissen over eigen leven op basis van stijl en belangen. Wanneer ik in de bibliotheek een kop thee wil bestellen ben ik me erg bewust van de politieke (of misschien meer sociale) bezwaringen bij individuele keuzes, of de zoektocht naar informatie. Wanneer de barvrouw zegt dat ze geen andere merken verkoopt dan Celestial Seasonings, en ik zeg dat ik dat wel wil nadat ik de ingrediënten heb gelezen op de verpakking van twee thee-smaken, kijkt ze me aan alsof ik haar werk moeilijker maak dan nodig is. Uit ongemak koop ik er een koekje bij, een oatmeal raisin cookie. Ze bedankt me vriendelijk en glimlacht naar me.

An Ethnographer’s day in the Field

Morning-shopping with A: From Veganism to Vegetarianism and leaving the Soybean behind
Ik vroeg A. eerder of ik mee mocht als ze naar de Food Coop ging. Ze vertelde mij de eerste avond over de organisatie die biologisch voedsel verkoopt voor lage prijzen. Om er te kunnen winkelen, moet je vrijwillig elke maand een dag in de winkel werken. Ze sms’te me gisteravond dat ik vanochtend mee mocht, ze bracht haar dochters naar school en haalde me op 8.45am voor de deur op. Ze zegt dat ze nog moet ontbijten en zin heeft in Bread & Saltfish. Het is een soort broodje bakkeljauw en na wat rondrijden vinden we een eettentje waar ik twee broodjes koop voor zes dollar. We komen aan bij de Food coop, 9.30am. Park Slope. Union st/ 6t st. Met de lift nr boven, A. meldt mij aan als gast, dat betekent dat ik er officieel niet mag winkelen. Ze heeft haar kaartje niet. Ik heb geen legitimatie bij me, krijg een sticker na het opgeven van mijn naam. Vier winkelpaden, alle groente ligt open in bakken opgesteld. Het meeste is biologisch, dat noemen zij hier organic. Het is ook niet duur, een bosje verse salie kost een dollar. Groentes zijn indrukwekkend: groot, grondvers, nat. Ik wil lid worden, zelfs de biologische mango’s uit Ecuador zijn diep rood-roze. Mensen met uiteenlopende achtergronden zijn hier lid: typische foodies, chassidische joden, black americans werken en winkelen hier. Het is druk op de smalle paden. 1e gangpad groente. Rechts kaas en melk. 2e pad sappen, noten, kruiden in bulk. Alcohol in tussenpad. Ik loop verder, zie broden, niet vers verpakt. 3e pad, vers brood. A. zegt dat ze t niet-verse brood koopt voor haar dochters. Zoveel indrukken, ik voel me nog moe en wazig. A. zegt dat veel drukker is dan normaal. Langs verse koffiebonen, sterke geur. Gesprek over kazen, rauw zou beter dan gepasteuriseerd zijn. De Gouda kaas komt niet uit Holland. Ze vraagt medewerker om ruport cheese. A. pakt amandelmelk, het is sojavrij. We hebben een gesprek over de gevaren van soja, een bijstaande vrouw mengt zich erin: “soy is terrible”. A. is tien jaar veganist geweest. Ik wil meer weten, maar niet nu. Ik koop mandarijnen, thee en koekjes. Lange rijen. Omdat de rij zo lang is, wacht ik in de auto en doen we niet nog meer geld in de parkeermeter. Na ongeveer 20 minuten komt A. met een kar vol tassen. Een medewerker helpt haar. Het systeem lag plat, en ze konden niet meer pinnen legt ze uit. Spullen in de auto en terug naar huis. Druk op de weg, mensen in verkeer zijn snel geïrriteerd. Ik vraag A. naar haar veganisme. Ze zegt dat ze niet politiek actief was, maar het systeem achter vleesindustrie niet vertrouwde. Het begon tijdens highschool met gekke koeienziekte, toen ze stopte met vlees. Ze vertelt dat ze vroeger voor een biologische supermarkt werkte, WholeFoods. Begonnen als communitystore in de jaren zestig. Inmiddels is het eigendom van grote bedrijven en hoge prijzen. Ze zijn concurrent van Traders Joe’s, een andere franchise ook in NYC. Daar gaat ze morgen heen. Inmiddels zijn we bij haar thuis, ik help haar boodschappen uitpakken. Toen ze studeerde op de universiteit leerde ze over de kippen van KFC, gekweekt zo extreem dat ze geen pootjes en kop hadden, alleen een te groot middenlijf. Ze at veel soja als vervanging, daar kreeg ze op haar vlak voor haar dertigste eczeem van. Toen stopte ze met soja, maar had ze nog wel de proteïne nodig omdat ze een alleenstaande moeder was van twee dochters en had het erg druk. Om die reden besloot ze weer vis, kip en kalkoen te eten. Wit vlees is anders dan rood vlees. A. is niet de eerste die me duidelijk maakt dat je dan nog steeds vegetariër bent. Haar moeder heeft haar altijd gewaarschuwd voor soja, zij is ook veganist geweest. A. is ook veganistisch opgevoed, ze woonde met haar moeder en oom in Philadelphia. Oom was Civil Rights activist en veel bezig met voedsel. Haar moeder kocht altijd op de Pennsylvania Farmers Market bij de Amish. A. warmt een instant lasagne op die ze net bij de Food Coop heeft gekocht voordat ze gaat werken. Ik eet de rest van mijn saltfish broodje en krijg een glas citroenwater. Ze laat nog wat instant maaltijden in verpakking zien. Handig voor werk, zegt ze, en allemaal biologisch. Geen rare toegevoegde stoffen, ze leest de ingrediënten op: zout, water, knoflook, bonen, rijst en nog wat dingen. Ze gaat douchen terwijl de lasagna in de oven zit. Daarna praten we nog wat over schoolsystemen en lopen we naar beneden. Ik vraag of ik mee mag naar Trader Joe’s, ze zegt toe, waarschijnlijk morgen gaan we.

Meeting the neighbour E: raw foods and ducktaped philosophies
Ik ga naar boven om mijn mandarijnen uit te pakken voordat ik naar de bibliotheek vertrek. E. , mijn nieuwe huisgenoot is aan het klussen. Hij vraagt wat ik doe. Ik antwoord dat ik voedselactivisme bestudeer als antropoloog. Hij vindt het interessant en we praten verder. Ik blijf wat gereserveerd in de hal staan, de sleutel van mijn kamer nog in het slot en ik wilde eigenlijk snel weg. Het gesprek gaat verder en na een paar minuten zet hij een stoel neer voor me. “ga zitten. Ik wil dat je je op je gemak voelt en soms is dat moeilijk in steden als New York”. Terwijl hij over zichzelf begint te vertellen vraag ik me af hoe ik hierin terecht ben gekomen. Waarom wil hij dit allemaal met me delen, wil ik het wel weten? “ik heb wat boeken”, en hij pakt twee boeken uit zijn tas. “Ik heb ze getaped omdat mensen me raar aankijken wanneer ik het lees.” Het zijn boeken over Chinese filosofie. Ik kijk naar titel en inhoudsopgave, lijkt vrij algemeen. Van anatomie tot eten en meditatie. Ik snap niet waarom mensen dat raar zouden vinden maar vraag niet verder. Hij vertelt dat hij Martial Arts bestudeert en alleen rauwe producten eet. Wilskracht, discipline, onafhankelijkheid zijn belangrijk. In McDonalds staan en niets kopen was voor hem een emotionele fase. Hij woog vroeger veel meer. Ik kan het me niet voorstellen, hij lijkt erg fit. We hebben het over eten en de politiek erachter, Ik gebruik wat citaten uit zijn boeken om te laten zien dat ik aandacht schenk aan zijn gebaar. Hij vindt Europa interessant en wil meer weten. Hij geeft mij ook wat tips over lokaties waar ik mogelijk wat aan heb voor mijn onderzoek. Hij studeerde Kunst aan de universiteit in NYC maar stopte vanwege gebrek aan praktijk in de studie. Hij ging toen werken met film en fotografie, met name in de muziek- en filmwereld. Door zijn gezinssituatie, (hij kreeg een vrouw en een dochter,) is hij uiteindelijk paramedicus bij de brandweer geworden. Datzelfde werk doet hij nu ook op filmsets. Het gesprek is vrij lang en ik moet gaan. Hij biedt een lift aan, ik bedank en neem de metro naar Brooklyn Public Library. Onderweg bedenk ik me dat ik onbedoeld in een omgeving terecht ben gekomen waarin vrijwel iedereen erg bewust bezig is met voedsel. Daarnaast speelt het etnische aspect voor al deze mensen een sterke rol in hun keuzes, ook rondom voedsel. Activisme neemt in deze context niet echt de vorm aan van publiek protest en demonstraties, maar lijkt vooral over individuele keuzes te gaan. De autonomie om te beslissen over eigen leven op basis van stijl en belangen. Wanneer ik in de bibliotheek een kop thee wil bestellen ben ik me erg bewust van de politieke (of misschien meer sociale) bezwaringen bij individuele keuzes, of de zoektocht naar informatie. Wanneer de barvrouw zegt dat ze geen andere merken verkoopt dan Celestial Seasonings, en ik zeg dat ik dat wel wil nadat ik de ingrediënten heb gelezen op de verpakking van twee thee-smaken, kijkt ze me aan alsof ik haar werk moeilijker maak dan nodig is. Uit ongemak koop ik er een koekje bij, een oatmeal raisin cookie. Ze bedankt me vriendelijk en glimlacht naar me.

Linguistics and the complex context of Dutch cultural history.

Linguistics and the complex context of Dutch cultural history.

Lion's Song

Be Good

Gregory Porter

I fought the wolves of patience just to let it lie down.

- Ben Howard - 
Webster Hall, NYC
Sept 19th, 2012

I fought the wolves of patience just to let it lie down.

- Ben Howard -
Webster Hall, NYC
Sept 19th, 2012

The Last Supper on Death Row

Today’s Special, a book by Jean Ziegler Haynes. The artist and chef prepared and photographed the last supper of Death Row prisoners. Presented by OH WOW.

http://store.oh-wow.com/item.html/1363097

The Last Supper on Death Row

Today’s Special, a book by Jean Ziegler Haynes. The artist and chef prepared and photographed the last supper of Death Row prisoners. Presented by OH WOW.

http://store.oh-wow.com/item.html/1363097